|

PE1RQM
-> INFORMATIE ->
ZENDAMATEUR INFO INDEX ->
MODES
Correcties zijn
welkom. Laatste correctie: 29
september 2007
Hier worden modes beschreven en niet
specifiek de klassen van uitzending. Dit is dus meer een beschrijving
van de mode waarin je zender en/of ontvanger gezet moet worden. Zo kan
bij een FM zender bijvoorbeeld de klasse F3E (spraak) en de klasse F2D
(datatransmissie), etc worden toegepast. AM, FM en SSB zijn standaard
methoden, om een zender te moduleren. Andere modes (zoals bijvoorbeeld
digimodes) gebruiken deze standaard ook om de zender te moduleren.
AM (Amplitude modulatie)
Gebruikt op: voornamelijk HF banden, of UHF bij ATV.
Deze mode kent een draaggolf en de modulatie wordt afhankelijk
van het spraakvolume (amplitude) op de draaggolf gemoduleerd.
Voordeel van deze mode: Apparatuur kan erg eenvoudig
worden ontworpen en is dus vaak goedkoop te realiseren. De ontvanger
heeft slechts een heel eenvoudige detector nodig om de spraak te
demoduleren. Redelijk lage ruisvloer, indien er weinig tot geen storing
is. Ontvanger en zender hoeven slechts matig stabiel te zijn in
frequentieverloop.
Nadeel van deze mode: Gevoelig voor
statische storing, wat de ruisvloer aanzienlijk kan verhogen, ook met
harde pieken zoals tijdens een onweersbui. Snel gevoelig voor
inter-modulatie van andere stations tijdens ontvangst. Tijdens zenden snel detectie van
spraak in andere elektrische apparatuur (je stem kan uit het orgel van
je buren komen :) Weinig vermogensefficiënt. Vermogensversterking moet
gebeuren met een lineaire versterker.
FM (Frequentiemodulatie)
Gebruikt op: VHF, UHF, SHF banden, soms ook op de hogere HF banden.
Deze mode kent een draaggolf en de draaggolf wordt afhankelijk van de
spraakfrequentie in frequentie heen en weer gezwaaid rond een
centerfrequentie. Het kan natuurlijk ook wat anders zijn dan spraak.
Voordeel van deze mode: Mooie lineaire
geluidskwaliteit mogelijk. Ontvanger en zender hoeven slechts matig
stabiel te zijn in frequentieverloop. Weinig gevoelig voor statische
storing. Bij Wide-FM zijn multiplex toepassingen mogelijk vanwege het
lineaire gedrag (zoals stereo en RDS multiplex). Weinig gevoelig voor
inter-modulatie en komt daardoor rustig over. Vermogensversterking kan
al met een simpele klasse C versterker.
Nadeel van deze mode: Redelijk hoge
ruisvloer. Ontvanger heeft vrij ingewikkelde detector nodig voor
spraakdemodulatie (zit tegenwoordig simpel in één chipje overigens).
WFM (Wide FM)
FM mode met grotere bandbreedte en dus grote frequentiezwaai. Gebruikt
waar zeer goede geluidskwaliteit wenselijk is, zoals muziek op de
omroepband. WFM wordt ook toegepast als meerdere signalen moeten worden
gemultiplext (stereo/RDS). Deze mode wordt weinig toegepast door
zendamateurs; een select groepje gebruikt dit op hogere banden (>UHF)
voor hun (spraak)verbindingen vanwege de geluidskwaliteit. ATV op de SHF
banden en hoger gebruiken ook FM, maar dat is beeldoverdracht.
FM-N (Narrow FM)
FM mode met smalle bandbreedte en dus kleine frequentiezwaai. Wordt
gebruikt op drukke banden waar selectieve filters worden toegepast,
zoals sommige repeaters.
LSB / USB (algemeen: SSB - Single Side Band)
Gebruikt op: Met name op HF banden en VHF.
Deze mode is een afgeleide van AM, waarbij er echter geen draaggolf
wordt meegezonden en ook maar één van de twee zijbanden. Alle
spraakinformatie zit namelijk in die ene zijband, maar de ontvanger van
je tegenstation moet wel de ontbrekende draaggolf er weer bij voegen
(dat doet de BFO, Beat Frequency Oscillator). Dit vergt een nauwkeurig
af te stemmen ontvanger en BFO. Je uitgezonden vermogen gaat in het
ritme van je spraakvolume en kent een piekwaarde (Peak Envelope Power,
PEP)
en is dus geen continue vermogen. LSB gebruik de onderzijband (Lower
Side Band) en USB gebruikt de bovenzijband (Upper Side Band). Soms
worden wel beide zijbanden uitgezonden, maar nog steeds niet de
draaggolf (dubbelzijband).
Voordeel van deze mode: Omdat je maar één
zijband hoeft uit te zenden, is dit erg vermogensefficiënt. Je hebt maar
weinig bandbreedte nodig (ca. 2,3KHz voor spraak), dus kunnen er veel
stations werken op een band. De ontvangers zijn vaak gevoeliger vanwege
de veel lagere ruisdrempel. Vanwege pitchingeffect en selectievere
filters is intermodulatie van andere stations
minder hinderlijk dan op AM en bovendien redelijk af te filteren.
Nadeel van deze mode: Nauwkeurige, stabiele
en uitgebreide ontvanger nodig met kostbare middenfrequent filters. Afstemmen
ingewikkelder. Verloop van zender of ontvanger direct hoorbaar in
toonhoogte (pitch). Net als AM gevoelig voor statische storing. Een AM
of FM draaggolf levert een harde fluittoon op tijdens ontvangst.
Vermogensversterking moet gebeuren met een lineaire versterker. Snel
detectie in andere elektronische apparatuur (je stem kan hoorbaar zijn
uit de elektrische piano van je buurman).
CW (Morse code)
Gebruikt op: voornamelijk de HF banden.
Mode gebruikt om morsetekens over te zenden met een seinsleutel,
paddle, of computer. Ook wel telegrafie genoemd. Het zijn eigenlijk pieptoontjes
(lang en kort) met een shift ten
opzichte van een centerfrequentie (meestal 700Hz). Daardoor zeer goed te ontvangen met
een SSB ontvanger. Echter vaak dan met smallere filters, soms in het
middenfrequent, soms in het audio, of beide.
Voordeel van deze mode: Erg smalbandig,
waardoor veel stations kunnen werken op een klein stukje band.
Detecteren van deze mode gebeurt door te focussen op pieptoontjes en dus
heb je weinig last van inter-modulatie van andere stations. Tijdens veel storing kun je toch
de pieptoontjes vaak toch nog goed onderscheiden. Weinig vermogen nodig
om boven de ruisdrempel toch hoorbaar te zijn (ideaal voor QRP
toepassingen). Erg vermogensefficiënt. Audiofilters (zoals notch) zijn
zeer goed toepasbaar om andere stations te onderdrukken met een andere
pitch. Is al toepasbaar met een hele
eenvoudige zender en een behoorlijk eenvoudige ontvanger.
Nadeel van deze mode: Het beste resultaat
tijdens ontvangst krijg je echter met een kostbare nauwkeurige SSB ontvanger en
het liefst een heel smalbandig middenfrequent filter (<500Hz). Bij
gebruik van smalle filters is het wenselijk dat de zender niet of
nauwelijks verloopt. Als je als mens deze mode wil beoefenen, is veel
vaardigheid vereist (was tot voor kort zelfs een examenonderdeel om te
mogen werken op HF).
Meer persoonlijke ervaringen en foto's van mooie seinsleutels zijn
in het forum te vinden. Of kijk eens op de site van
Hellemonster.
DIG (Digitale modes)
Gebruikt op: alle banden. Gebruikt een standaard modulatiemethode, zoals
meestal SSB, AM of FM.
Digitale modes worden meestal gebruikt om informatie per computer
over te zenden. Er wordt dus meestal tekstinformatie overgezonden, maar
het kunnen ook plaatjes zijn (SSTV), of pure binaire data (bijvoorbeeld
packet radio / APRS). Vaak kun je spreken van semi-digitaal, omdat het signaal
toch analoog geïnterpreteerd wordt. Een datafout resulteert dan in een
onleesbaar teken, of een verstoring. Er zijn ook modes die na een
datafout een nieuwe transmissie vereisen, zoals packet radio. De meeste
digitale modes gebruiken een standaard modulatiemethode, door de
digitale informatie om te zetten naar een geluidssignaal (met
toonhoogteverschillen, FSK, of fasedraaiingen). De ontvangende
apparatuur zet vervolgens dit geluidssignaal weer om in data. Voordeel
is, dat je gewoon van standaard zendontvangers gebruik kunt maken, al
dan niet gemodificeerd (vanwege bandbreedte etc). Volledig digitale
modes worden ook steeds meer toegepast. De eerste experimenten worden al
gedaan met bijvoorbeeld DAB (Digital Audio Broadcast), afkomstig uit de
omroepwereld, of DVB (Digital Video Broadcast) -> digitale ATV / DATV.
Voordelen van deze modes: vooral de
semi-digitale modes erg goed te gebruiken tijdens QRP verbindingen.
Prima detectie van zwakke signalen, omdat er geen foutcorrectie nodig
is, maar mensen toch nog de juiste informatie kunnen interpreteren op
het beeldscherm. Modes zoals PSK31 bijvoorbeeld gebruiken een zeer
kleine bandbreedte.
Nadelen van deze modes: Vereist vaak PC
hardware en software die tevens kan storen op HF. Vooral tijdens SSB
uitzendingen is een zeer stabiele zend- en ontvangstinstallatie nodig.
Gevoelig voor fading. Digitale modes die wel foutcorrectie vereisen
(zoals packet radio) zijn erg gevoelig voor storing.
<Binnenkort een hele
pagina over (semi)digimodes specifiek, zoals RTTY, BPSK, SSTV, AMTOR,
etc etc.>
Link:
PE1RQM website APRS pagina
Link: PE1RQM website SSTV pagina
Link:
PE1RQM forum - Digimodes
ATV / DATV (Amateurtelevisie)
Gebruikt op: UHF (vooral vroeger) en >UHF/SHF
Erg technische mode, gebruikt om eigen televisiebeelden (camera etc.)
en geluid over te zenden. Vaak worden relaisstations gebruikt. Vanwege
de hoge frequenties en de grote bandbreedte vereist dit behoorlijk wat
technische kennis en zijn de bouwcomponenten vaak erg klein.
Analoog: Op UHF wordt meestal een AM
gemoduleerd videosignaal met 1 zijband en een FM draaggolf gebruikt (bandbreedte ca. 6MHz); op hogere banden meestal een FM gemoduleerd
video- en audiosignaal
(bandbreedte ca. 16MHz), omdat daar veel satelliet ontvangers worden
gebruikt.
Digitaal: Meestal wordt de 23cm
en de 3cm band gebruikt. Videosignaal wordt omgezet naar MPEG formaat en
daarna uitgezonden in een digitale modulatiesoort, zoals QSPK en GMSK,
zoals gebruikt door omroepen (DVB). Bij digitale ATV (DATV) kunnen er
gelijktijdig meerdere videostreams uitgezonden worden. Voor een enkele
stream is minder bandbreedte nodig dan FM-ATV, vanwege de goede
compressie. DATV heeft tevens in de regel een erg goede beeldkwaliteit.
Link:
PE1RQM website ATV pagina
Link:
PE1RQM forum - ATV amateurtelevisie
< zendamateur
info index |